Passend onderwijs

Passend onderwijs - in algemene zin.
                                            
Elk kind heeft recht op goed onderwijs,
ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben.                       
De regering wil dat zoveel mogelijk kinderen naar een
gewone basisschool in de buurt kunnen gaan.     
     
Met ingang van 1 augustus 2014 hebben alle scholen
een zorgplicht. Dat betekent dat scholen er voor moeten
zorgen dat elk kind een passende onderwijsplek krijgt,
ook als duidelijk is dat er voor een kind extra ondersteuning
nodig is. Veelal zal dit op de school zijn waar het kind al zit
of aangemeld wordt (bij een nieuwe leerling).
Kan de school zelf geen passende onderwijsplek bieden,
dan wordt gekeken naar een andere school
die de gewenste ondersteuning wel kan bieden.
Dit kan ook een school voor speciaal basisonderwijs zijn.

De mogelijkheid dat een kind voor de beste ondersteuning een
passende plek vindt op een school voor speciaal basisonderwijs
of speciaal (cluster) onderwijs blijft bestaan.
De indicatieprocedures die hiervoor nodig zijn,
worden wel aanzienlijk eenvoudiger gemaakt.
De mogelijkheid voor extra financiering binnen het
reguliere basisonderwijs (rugzakje) verdwijnt.
Leerlingen die nu een ‘rugzakje’ hebben, kunnen hier nog
tot uiterlijk 1 augustus 2016 gebruik van maken.

Om het bovenstaande mogelijk te maken gaan de
basisscholen nauw samenwerken.
Deze samenwerking vindt plaats in een samenwerkingsverband
Passend Onderwijs. Wij zijn als school verbonden aan:
Passend Primair Onderwijs (PPO) Rotterdam:

In het samenwerkingsverband zullen scholen de
(onderwijs)zorg voor kinderen zo goed mogelijk organiseren.
Ouder(s)/verzorger(s) worden hier nauw bij betrokken.

Passend onderwijs - op school.

Wanneer een kind op een school wordt aangemeld,
zal deze school zoveel als mogelijk proberen een
passende onderwijsplek te bieden.
Alle scholen moeten aan de door het samenwerkingsverband
vastgestelde basisondersteuning voldoen.
Deze is voor alle basisscholen gelijk.
Aanvullend op de basisondersteuning kunnen scholen ook
extra vormen van ondersteuning bieden.
Scholen leggen het totale aanbod aan ondersteuning
vast in een schoolondersteuningsprofiel.
Het afgelopen schooljaar hebben alle basisscholen een
verkorte (gecomprimeerde) versie van dit
schoolondersteuningsprofiel opgesteld.
Het gecomprimeerde schoolondersteuningsprofiel is
voor ouder(s)/verzorger(s)  in te zien op de website
van de school en ligt ter inzage bij de directie van de school.

Bij de aanmelding moeten de ouders alle belangrijke
informatie over hun kind kenbaar maken aan de school,
ook de mogelijke extra ondersteuning die hun kind op
school nodig heeft. Tevens moeten ouders aangeven of
hun kind bij meerdere scholen is aangemeld
en welke de eerste school van aanmelding is.

De school heeft vervolgens 6 weken de tijd om te bekijken
of het kind kan worden toegelaten.
Deze termijn kan met 4 weken worden verlengd.
Tijdige aanmelding, bij voorkeur 10 weken voor de
start van het schooljaar, is dus erg belangrijk.
Er wordt bij het bepalen of de onderwijsplek passend is,
rekening gehouden met de behoefte van het kind,
de mogelijkheden van de school en de andere scholen
in de regio, en de voorkeuren van de ouder(s)/verzorger(s).
Kan de school een kind niet toelaten, dan moet het
schoolbestuur het kind een passende onderwijsplek
op een andere school aanbieden.
Deze verplichting van het schoolbestuur is de feitelijke zorgplicht. 
Het zoeken naar een alternatieve, passende onderwijsplek,
doet de school uiteraard in overleg met de ouder(s)/verzorger(s).
Slechts in uitzonderlijke situaties mag een school een kind
weigeren zonder dat daar een zorgplicht aan verbonden is.
Dit alles, en nog vele andere zaken met betrekking tot het
toelatingsbeleid, is terug te vinden op de website van de school
of op te vragen bij de directie van de school.  

Voor kinderen waarvoor bij het samenwerkingsverband extra
ondersteuning wordt aangevraagd, zal een
ontwikkelingsperspectief worden opgesteld.
Dit heeft als doel om duidelijk te krijgen wat de mogelijkheden
van een kind zijn en hoe deze zo optimaal mogelijk kunnen
worden ontwikkeld.
Voor kinderen die geen extra ondersteuning nodig hebben,
zal er weinig veranderen.
Wel bestaat de mogelijkheid dat er op termijn op school of in een
groep meer kinderen komen die extra ondersteuning nodig hebben.
Dit is echter afhankelijk van de afspraken die de scholen in
de regio met elkaar maken.

Een belangrijk aspect ten aanzien van de invoering van
passend onderwijs is het vergroten van de ouderbetrokkenheid.
Ouder(s)/verzorger(s) en de school zijn samen verantwoordelijk
voor de randvoorwaarden waaronder een kind zich zo optimaal
mogelijk op allerlei gebieden kan ontwikkelen.
We noemen dat educatief partnerschap.

Deze vorm van partnerschap, waarbij open en eerlijke
communicatie van groot belang is, start bij de aanmelding
en zal gedurende de gehele schoolloopbaan van groot belang zijn.
Tijdens het verblijf van een kind op school en bij de overgang naar
het voortgezet onderwijs, worden ouders/verzorgers nauw betrokken
bij alle ontwikkelingen die voor/bij het kind van belang zijn.
 
Het uitspreken  van wederzijdse verwachtingen op basis van een
transparante houding, waarbij rekening wordt gehouden met elkaars
expertise ten aanzien van opvoeding en onderwijs, zal zorgen voor een
betere samenwerking tussen ouder(s)/verzorger(s) en school.
Samen is meer!